Contact Us

Use the form on the right to contact us.

You can edit the text in this area, and change where the contact form on the right submits to, by entering edit mode using the modes on the bottom right. 

         

123 Street Avenue, City Town, 99999

(123) 555-6789

email@address.com

 

You can set your address, phone number, email and site description in the settings tab.
Link to read me page with more information.

About

Nieuwe schilderijen

Wanneer we de gravures van Piranesi bekijken, valt direct de verhouding op tussen de menselijke maat en de omringende architectuur, ruïnes uit verschillende Romeinse perioden. Overwoekerde brokstukken, muren en poorten. Amfitheaters, viaducten, met af en toe daartussen de gestalte van een man. De kleine man in de ruïne van Piranesi. In de 20e eeuw laat het fascistische bewind van Mussolini in Rome door Piacentini de wijk EUR bouwen. Licht, lucht en ruimte voor de arbeider. Met opnieuw een verbijsterend gebrek aan eerbied voor de verhouding tussen architectuur en die kleine man. Albert Speer liet in Berlijn ook zien hoe deze megalomanie kan leiden tot ontmenselijkte gebouwen, tot een architectuur die de mens er onder houdt. Het blijft dan ook fascinerend om er getuige van te zijn hoe de natuur soms onverbiddelijk zijn plaats terug veroverd; indiaanse steden in Midden-Amerika, tempelcomplexen in Zuidoost-Azië, Chernobyl in de voormalige Sovjet-Unie.

Deze fascinatie is terug te vinden in de laatste schilderijen van Benita Mylius. De afgelopen jaren ging het in haar werk over vuur en vernietiging; chaos. Nu zijn daar de resultaten van te zien. De gebouwen zijn afgebrand, de muren afgebrokkeld. Torens zijn omgevallen, hangars ingestort. En de natuur neemt terug wat van haar is. Tussen de vegetatie zijn nog vaag de contouren te zien van wat eens trotse, ongenaakbare architectuur was. Het zijn liaan-achtige slingerplanten die de gebouwen verstikken en in brokdelen verpulveren. Langzaam lijken de planten zich op de voorgrond van de doeken te dringen en de betonnen resten naar de achtergrond te verbannen. De beelden worden steeds abstracter, de verf neemt de rol van de planten over en de vroegere, scherp en helder geschilderde architectonische vlakken zijn veranderd in pastelkleurige vormen die eerder doen denken aan technicolor filmdecors, dan aan gebouwen die zich koesteren in het licht van de ondergaande zon. En die kleine man is helemaal verdwenen.

Puur schilderkunstig is er in deze nieuwe werken veel te beleven. Behalve de technische virtuositeit die Benita Mylius ons opnieuw laat zien, en de fabelachtige kleuren die ze gebruikt, is de manier waarop er met perspectief en alle andere klassieke waarden van het landschapschilderij wordt omgegaan absoluut uniek. De kleuren die in de vorige reeks werken altijd donker en meestal somber waren, zijn nu helderder en gaan over licht. De verf wordt in meerdere fasen opgezet, daarna weer weggeveegd of geschuurd, en opnieuw opgebracht, waardoor een oppervlak ontstaat met veel diepte en die erg gelaagd is. Daarover en doorheen de banen van een contrasterende kleur die nieuwe dieptes creëren en vaak verassende vormen suggereren. De schijnbaar moeiteloze manier waarop de verf wordt opgebracht, ingewreven, er op gesmeten; het doet achteloos aan, maar verraadt een enorme technische beheersing, en werkt ongetwijfeld mee aan de werkelijkheid die wordt gesuggereerd. Deze schilderijen zijn geen realistische registraties meer van een gedoemde wereld, maar eerder messcherpe observaties hoe een realiteit een abstractie kan worden. We denken overwoekerde gebouwen te zien, we verwachten troosteloze uitzichten, maar in plaats daarvan zien we lijnen en banen die binnen de omgrenzing van het schilderij een verhaal vertellen van hoe het ooit was en hoe het zal gaan worden. In deze reeks schilderijen laat Benita Mylius zien dat er nog steeds veel nieuwe manieren zijn om de wereld van de abstractie te verkennen en daarin indrukwekkend en baanbrekend te zijn.

 

Hans Könings

Benita Mylius

 

In den Arbeiten von Benita Mylius geht es um Zerstörung sowie Wiederaufbau, das Entstehen neuen Lebens und die Regeneration der  Natur. Die Bilder sind eindringlich und geheimnisvoll, die Pinselführung kraftvoll und impulsiv. Es sind Aufnahmen von Phasen der Mutation: Danach ist nichts mehr wie es war. Das zerfallene Alte macht Platz für neue Keime.Schon in Mylius‘ früheren Werken ging es vor allem um den Kreislauf von Werden und Vergehen, der sich dem Betrachter offenbart. Es geht ihr darum,  das Bewusstsein davon in sich selbst und in anderen zu wecken und dieser Appell ist in ihren jüngsten Bildern noch eindringlicher. Dem Betrachter dieser Bilder wird bewusst, dass die Vernetzungen der Natur, etwa wie in Bäumen und Gestrüpp, vergängliche Dinge und Ereignisse verschlucken und neues Leben ermöglichen. Wir werden in geheimnisvolle Landschaften gelockt, die bei näherem Hinsehen noch nicht ihre vollständige Harmonie zurückerlangt haben, sondern hier und da noch gespenstische Relikte von Zerfall oder Zerstörung erahnen lassen.

Für die Arbeiten von 2015 kam die Inspiration vor allem aus Chatillon, wo verschrottete Fahrzeuge aus Kriegszeiten von der Natur überwuchert wurden. Benita Mylius weiß nicht nur auf unübertreffliche Weise diese Stimmung von Zeitabschnitten, die nicht mehr zurückzurufen sind, festzuhalten, sie malt sie auf eine scheinbar nachlässige, expressionistische Manier.Ihre Werke erinnernan die Jungen Wilden aus den 80er Jahren, Rainer Fetting oder Bernd Zimmer, wo zu jener Zeit alles wieder erlaubt war und mit frischem Schwung und neuer Triebkraft gemalt wurde.

Die inspirierende Tatkraft, die Farbe impulsiv, aber nicht ohne Gefühl auf die Leinwand zu bringen, kann ich nicht abrufen. Manchmal muss ich Tage warten“. Das Ergebnis steht nie von vornherein fest. Dieser Vorgang ähnelt mehr einem Gefecht als der Schöpfung von Schönem. Es geht um eine Verwicklung der Künstlerin mit ihrem Werk, die beinahe körperlich ist. Dabei lassen die Bilderklassische Fachmannschaft erkennen, mit Kenntnis von Farbe, Form und Rhythmus. Sie erfüllen alle Normen von Ästhetik und Formalität. Und darum wird die Geschichte auch so eindringlich. Man spürt die Schönheit im Verfall und erahnt die Kraft des Neubeginns. Darüber geht das Werk von Benita Mylius